zaterdag 30 januari 2016

Verborgen Verleden 30 januari 2016 Lucia Rijker

De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending wordt een aantal familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.

Lucia Rijker is vooral geïnteresseerd in de familie van haar biologische vader Antonius Burgos. Omdat Lucia pas na haar moeders dood in 2005 contact heeft gezocht met haar biologische vader, is het allemaal nog nieuw en op een bepaalde manier ook pijnlijk. ‘Heb ik wel het recht om die bloedlijn uit te zoeken?’ vraagt ze zich tijdens de zoektocht af.
Om te beginnen ontmoet ze haar neef Edgar Burgos (muzikant, bekend van Trafassi, die we vooral kennen van de ‘kleine wasjes grote wasjes’) die haar vertelt over hun gezamenlijke opa Alfred Burgos (geb. 1890). Een nogal belangrijk, maatschappelijk geëngageerd man in Suriname. Hij was medeoprichter van zowel de Surinaamse volkspartij als de eerste vakbond van Suriname. Volgens de familieoverlevering stamt de familie Burgos niet af van slaven, maar kwamen ze als handelaars van de Engelse Caribische eilanden. ‘Slavenhandelaars?” vraagt Lucia zich af. Slavendrijvers? Nee toch, hé. Tijdens de zoektocht in Suriname blijkt echter al snel dat de voorouders van vader Antonius Burgos ‘gelukkig’ wel slaven waren. Zijn betovergrootouders zijn betovergrootmoeders: Mathilda aan de vaderskant en Acoeba aan de moederskant. Beide vrouwen zijn in slavernij geboren of in slavernij gebracht en van beide vrouwen weten we niet wie de vader van hun kinderen was. Dat er vooral sprake is van voormoeders is kenmerkend voor veel Surinaams genealogisch onderzoek.

Zelf onderzoek doen naar Surinaamse familie? Ga naar de website van de Stichting voor Surinaamse genealogie

Andere Surinaamse voormoeders


Ook de stamboom van de familie Rijker gaat terug op een voormoeder. Caro Maria (1828) was slavin in Paramaribo. Ze staat geregistreerd als ‘waschmeid’. In 1849 kreeg ze dochter Semelina Frederika en in 1851 Louisa Christina. Beide meisjes zijn in slavernij geboren. Bij hun vrijmaking kregen ze de naam Rijker.

Overlijden jonge moeder en haar tweeling


Lucia’s grootvader van moederskant, Herman van Zuijlen (1907-1984) trouwde in 1931 met Johanna Voorhaar. Zij kregen eind juni 1935 een tweeling, die ze Frederikus en Philippus noemden. Maar na een paar dagen sloeg het noodlot toe en op de tiende juli van dat jaar stierf Frederik, net 13 dagen oud. Zes dagen later stierf Johanna, en weer twee dagen later stierf de kleine Philip. Bijzondere toevalligheid: moeder Johanna en baby Philip vullen met hun overlijdens samen één pagina van het overlijdensregister. Weduwnaar Herman hertrouwde in maart 1937 met Henriëtte Robij, die Lucia’s grootmoeder werd.

Amsterdamse roots


Lucia Rijker is geboren en getogen in Amsterdam-Noord. Leuk om te weten is dan, dat ze van de kant van haar moeder tot ten minste in de vijfde generatie Amsterdamse voorouders heeft. Lucia’s moeder Henriëtte van Zuijlen werd weliswaar geboren in Utrecht, maar trouwde en overleed in Amsterdam. Lucia’s grootmoeder Henriëtte Robij werd in 1906 in Amsterdam geboren uit een Engelse vader – John Roby (Londen 1871) –  en een Amsterdamse moeder: Henriëtte Koster (1873). Deze laatste was de dochter van de Amsterdamse boekhandelaar Hendrik Koster (1840) en diens Amsterdamse vrouw Christina Wolff (1836). De vader van Lucia’s betovergrootvader Hendrik Koster, Cornelis Koster, werd in 1803 gedoopt in de Oude Kerk, en ook de ouders van Lucia’s betovergrootmoeder Christina Wolff – Johan Wolff (1810) en Debora Bedding (1808) – waren geboren Amsterdammers.

Voor onderzoek naar Amsterdamse voorouders kunt u het beste beginnen in het Amsterdams stadsarchief

Schoolhoudster


De moeder van betovergrootvader Hendrik Koster was Hendrika Stap (1802). Zij bleef in het bovenstaande stukje ongenoemd omdat ze in Bloemendaal werd geboren, en dus niet officieel gold als Amsterdamse voorouder, maar waarschijnlijk groeide ze er wel op. Toen ze trouwde met Lucia’s oudvader Cornelis, was hij militair en woonde hij op de Haarlemmerdijk bij de Eenhoornsluis. Hendrika woonde in de Vinkenstraat, samen met haar moeder. In de trouwakte van Hendrika en Cornelis staat vermeld dat Hendrika’s moeder, de weduwe Geertrui Michaëlis, schoolhoudster was. Dat was in die tijd een opmerkelijke positie voor een vrouw. Een bijzondere voormoeder dus (alweer een!). 

Zie WieWasWie

Zelf aan de slag met uw familiegeschiedenis? Ga naar CBG|Centrum voor familiegeschiedenis

 

donderdag 28 januari 2016

Van Van der Goes naar Van de Keuken

Naar aanleiding van de uitzending van Verborgen Verleden van 23 januari jl. over Teun van de Keuken vroegen verschillende mensen zich af, hoe de connectie tussen Teun van de Keuken en Van der Goes precies zat. Speciaal voor hen (maar ook voor alle andere belangstellenden):

Afstammingsreeks Van der Goes

I.[Witte van der Goes, te Leuven met de titel Magister aangeduid 1490, tr. N.N.].
Uit dit huwelijk onder meer:
II. Mr. Aert van der Goes, [ingeschreven als student te Leuven 7 okt. 1490 en te Keulen 11 okt. 1492] advocaat en pensionaris van Delft 1518-1525, landsadvocaat van Holland 1525-1544, overl. [1 nov.] 1545, tr. [1e Barbara van Herwijnen; tr. 2e Margaretha van Binchem, overl. 25 dec. 1545].
Uit één van de huwelijken onder meer:
III. Mr. Adriaen van der Goes, ingeschreven als student te Leuven 26 febr. 1518, toegevoegd aan zijn vader 1540, landsadvocaat van Holland 1545 tot overlijden, overl. Den Haag [5 mei] 1560, tr. Den Haag (huw. voorw. 29 okt. 1530) Anna Laurensdr., overl. Den Haag 14 april 1548, dr. van Laurens Pieterszn (van) Spangen en Maria Christiaensdr Goudt.
Uit dit huwelijk onder meer:
IV. Andries van der Goes, [geb. 1537], raad des Konings, als rentmeester-generaal van Zuid-Holland 1563-1571, te Dordrecht wonend, uitgeweken naar Brabant 1571, woonde te Delft 1583, overl. ald. 27 jan. 1591, tr. Antwerpen 5 juli 1563 Maria Keynooge, geb. Mechelen, dr. van Mr. Mattheus  Keynooge en Johanna Carpentier Jansdr.
Uit dit huwelijk onder meer:
V. Adriaan van der Goes, heer van Naters en Pancrasgors 1663, geb. Delft 15 maart 1581, raad 1618-1625, meester van charitate 1619 tot overlijden, thesaurier 1619 en burgemeester 1624 van Delft, adjunct-gedeputeerde in de Staten van Holland en West-Friesland 1622, raad en rentmeester-generaal van de domeinen van het land van Voorne 1625-1658, woonde als zodanig te Brielle 1626-1662, [bewindhebber V.O.C.], overl. Delft 25 aug. 1663, tr. Delft 23 april 1617 Catharina van der Burch, geb. Delft 27 maart 1595, overl. ald. 22 jan. 1671, dr. van Franc Reyersz van der Burch en Agatha Willemsdr. van der Hoef.
Uit dit huwelijk onder meer:
VI. Mr. Andries van der Goes, heer van Naters en Pancrasgros, ged. Delft 7 mei 1620, j.u.d. Leiden 1642, stadsprocureur van Brielle 1647-1654, raad 1651 tot overlijden, schepen 1653, 1654, commissaris huwelijkse zaken 1653, burgemeester 1663, 1664 en weesmeester 1657 van Delft, adjunct-gedeputeerde 1656, 1659, 1662, gedeputeerde 1666 in de Staten van Holland en West-Friesland, kerkmeester Oude en Nieuwe kerk 1663 tot overlijden, bewindhebber V.O.C. 1663-1669, overl. Delft 4 dec. 1669, tr. 1e Den Haag 20 nov. 1647 Machteld Doubleth, ged. Den Haag 6 aug. 1631, begr. Delft 23 okt. 1652, dr. van Philips Doubleth, heer van Groeneveld en Moerkerken en Catharina van Overrijn en Schoterbosch; tr. 2e Delft 9 nov. 1653 Geertuit van der Moere, ged. Delft 3 aug. 1623, begr. ald. 23 nov. 1668, dr. van Julius van der Moere, heer van Haringcarspel, en Elselina van der Dussen, wed. van Adriaen Johansz van Foreest.
Uit het eerste huwelijk onder meer:
VII. Mr. Adriaan van der Goes, heer van Naters en Pancrasgors, geb. Delft 20 sept. 1649, raad 1679 tot overlijden, schepen 1687, 1688, 1689, weesmeester 1696, havenmeester 1684, burgemeester 1702, 1707, 1712, 1717 van Delft, adjunct-gedeputeerde, gedeputeerde 1708 in de Staten van Holland en West-Friesland, raad ter admiraliteit op de Maze1690, bewindhebber V.O.C 1704 tot overlijden, hoofdingeland 1704-1715, hoogheemraad van Delfland 1715 tot overlijden, gedeputeerde ter Staten Generaal 1718, meesterknaap van Holland, regent Oude Mannen- en Vrouwenhuis 1713 tot overlijden, overl. Delft 25 maart 1721, tr. (otr. Delft 18 febr.) 1679 Maria Dulcia Spiering, ged. Amsterdam 8 febr. 1661, begr. Delft 23 aug. 1707, dr. van Willem Spiering en Cornelia van Borsselen.
Uit dit huwelijk onder meer:
VIII. Mr. Willem Adriaan van der Goes, geb. Delft 18 maart 1696, j.u.d. Leiden 1717, raad van Leiden 1728-, ontvanger gemenelandsmiddelen over Leiden en Rijnland 1728 tot overlijden, overl. Leiden 17 aug. 1751, tr. 1e Leiden 12 juni 1718 Maria Allegonda Meerman, ged. Leiden 30 jan. 1689, overl. ald. 17 nov. 1744, dr. van Mr. Geraerd Meerman en Catharina Wijnina van Rhijn; tr. 2e Brielle 18 maart 1749 johanna van Almonde, ged. Breda 3 dec. 1713, begr. Leiden 29 sept. 1784, dr. van Willem van Rhijn en Lucretia van der Poel; zij hertr. Leiden 27 jan. 1756 Mr. Coenraad Teding van Berkhout.
Uit het eerste huwelijk onder meer:
IX. Mr. Adriaan van der Goes, geb. Leiden 23 aug. 1719, j.u.d. Leiden 1738, kapitein schutterij 1742-1746, raad 1747 tot overlijden, ontvanger gemenelandsmiddelen over Leiden en Rijnland 1751 tot overlijden, commissaris bank van lening 1753-1754, schepen 1754-1756, 1758 tot overlijden en weesmeester 1757-1758 te Leiden, overl. ald. 28 mei 1759, tr. leiden 8 sept. 1739 Magdalena Hester van Eys, geb. Leiden 5 maart 1717, begr. ald. tussen 14 en 21 juli 1759, dr. van Daniel van Eys en Sara Dozy.
Uit dit huwelijk onder meer:
X. Mr. Willem Jan van der Goes, geb. Leiden 21 juli 1741, secretaris weeskamer van Leiden, overl. ald. 13 april 1792, tr. 1e Leiden 2 juni 1771  Sara Knibbe, ged. Leiden 6 febr. 1746, begr. ald. tussen 8 en 15 april 1775, dr. van David Johan Knibbe en Maria Musquetier; tr. 2e (otr. Leiden 2 nov.) 1776 Jacomina Elisabeth van Immerseel, ged. Leiden 15 dec. 1748, begr. ald. tussen 25 dec. 1784 en 1 jan. 1785, dr. van Mr. Huibert van Immerseel en Agneta van Teijlingen.
Uit het eerste huwelijk onder meer
XI. Wilhem Johan van der Goes, geb. Leiden 20 sept. 1773, ontvanger, overl. Voorst 21 febr. 1855, tr. 1e  Amsterdam 14 okt. 1798 Clasina Magdalena Haack, geb. Noordgouwe 6 febr. 1772, overl. Amsterdam 11 okt. 1842, dr. van Ds. Petrus Haack en Johanna Bal; tr. 2e Amsterdam 2 maart 1843 Elisabeth Lüchters, geb. Goch 23 jan. 1800, overl. Arnhem 7 mei 1860, dr. van Andreas Lüchters en Friedericka van Wijck.
Uit het eerste huwelijk onder meer:
XII. Johanna Magdalena van der Goes, geb. Amsterdam 11 jan. 1808, overl. Maassluis 22 maart 1890, tr. Amsterdam 14 jan. 1836 Coert Hendrik Smit, geb. Den Bosch 14 april 1807, aanvankelijk officier, later burgemeester van St. Maarten, daarna rijksontvanger te Koog aan de Zaan, overl. Koog aan de Zaan 15 april 1867, zn. van Martinus Geret Smit en Jeanette Louise Moreau (Moreauval).
Uit dit huwelijk onder meer:
XIII. Wilhelmina Clasina Louisa Smit, geb. Eenigenburg (St. Maarten) 20 nov. 1844, overl. Den Haag 28 okt. 1925, tr. Maassluis 20 april 1871 Jacob Martinus van der Lelij, geb. Maassluis 31 aug. 1848, touwfabrikant, overl. Nice 28 febr. 1913, zn. van Jacobus Cornelis van der Lelij en Johanna Cornelia van der Lelij,
Uit dit huwelijk onder meer:
XIV. Hendrik Cornelis van de Lelij, geb. Maassluis 16 sept. 1874, touwfabrikant, directeur N.V. van der Lely’s Touwfabrieken tot 1922, daarna directeur S.A. Corderies & Ficelleries Le Lis te Hamme a/d Durme (België), medeoprichter N.V. Ned. Kabelfabriek te Delft,  overl. Hamme a/d Durme 11 nov. 1947, tr. Koog aan de Zaan 8 dec. 1898 Nellij Adriana Honig, geb. Koog aan de Zaan 23 maart 1874, overl. Baarn 22 nov. 1961, dr. van Gerrit Honig en Elisabeth de Lange.
Uit dit huwelijk onder meer:
XV. Gerrit van der Lelij, geb. Maassluis 9 maart 1901, vertegenwoordiger firma Ruhaak & Co. In Nederlands Indië, daarna directeur hotel De Stadsdennen te Leuvenum, overl. Amsterdam 6 april 1947, tr. Amsterdam 29 april 1936 Anna Gorski, geb. Hamborn (D) 16 dec. 1908, overl. Baarn 25 aug. 1988, dr. van Anton Gorski en Pauline Dobrowolski.
Uit dit huwelijk onder meer:
XVI. Anna Pauline van der Lelij, geb. Ermelo 10 jan. 1940, geluidsvrouw, tr. 1e Amsterdam 21 mei 1963 Ir. Kees van Santen, geb. Den Haag 21 maart 1930, bouwkundig ingenieur, architect werkzaam bij Austin Nederland te Amsterdam, oud reserve 1e luitenant genie, zn. van Cornelis Jacobus van Santen en Aaltje van Harten; tr. 2e Amsterdam 16 aug. 1971 Gerard Joan van de Keuken, geb. Amsterdam 4 april 1938, Nederlands filmmaker en fotograaf, overl. Amsterdam 7 jan. 2001, zn. van Gerrit Jan van de Keuken en Else Geertruida Heijmel.
Uit dit huwelijk onder meer:
XVII. Teun Gerrit van de Keuken, geb. Amsterdam 4 sept. 1971.

zaterdag 23 januari 2016

Verborgen Verleden zaterdag 23 januari 2016 Teun van de Keuken


De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending wordt een aantal familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.
















De vader van Teun van de Keuken was de bekende fotograaf en filmer Johan van der Keuken, geboren als Gerard Joan van de Keuken in 1938. (Hij voegde dus niet alleen een h maar ook een r toe aan zijn naam.) Jo(h)ans vader Gerrit Jan van de Keuken (1903-1947) was onderwijzer en later leraar Nederlands en Engels in Amsterdam. Tevens was hij de auteur van een taalmethode Engels die vóór de Tweede wereldoorlog veel werd gebruikt in het middelbaar onderwijs. Goed mogelijk dat hij de eerste in zijn familie was met een academische opleiding. Zijn vader, Teuns overgrootvader Bernardus, was werkzaam bij de spoorwegen, en verhuisde waarschijnlijk mede vanwege zijn werk naar het westen van het land. Betovergrootvader Jan van de Keuken (1824-1886) was geboren in het Ambt Almelo, had daar gewerkt als wever en dagloner, was er getrouwd en werd er begraven. Voor oudvader Abram van de Keuken (1783-1852) gold hetzelfde – hij staat geregistreerd als landbouwer.


Onderwijzers in de familie

Grootvader Van de Keuken trouwde in 1924 met de onderwijzeres Else Geertruida Heijmel. Haar loopbaan stopte vrijwel zeker op de dag dat ze trouwde, aangezien onderwijzeressen nog tot in de jaren zestig van de vorige eeuw hun ontslag kregen zodra ze in het huwelijk traden (ja, schandelijk! – noot van de redactie). Else Geertruida’s vader, Johannes Heijmel (1871-1960) was leraar aan de rijkskweekschool in Groningen, dus waarschijnlijk heeft zij haar onderwijzeressenopleiding gevolgd aan de school waar haar vader lesgaf.
Johannes groeide op in Hoogezand, waar zijn vader Cornelis Lodewijk (1841-1928) directeur van de (stads)gasfabriek was. Dat was lang voordat (in 1959) de enorme aardgasvoorraad in de Groningse bodem werd ontdekt onder het land van boer Boon bij Slochteren. Grappig detail hier is, dat Cornelis Lodewijk trouwde met Geertje Schuur, die in 1844 was geboren in datzelfde Slochteren.


Vader onbekend

Annechien Jans de Groot (1806-1850), een voormoeder uit de lijn van de familie Heijmel, baarde  tussen 1829 en 1846 vijf kinderen zonder vader: op 24 mei deed ze in Oude Pekela aangifte van Antje de Groot; 25 maart 1833 werd daar Kesina de Groot geboren; Elsien de Groot kreeg ze op 21 januari 1841; zoon Jan werd geboren op 24 april 1843 en op 19 december 1846 werd Geertruida de Groot geboren. Vier meisjes en één jongen. In 1847 trouwde ze met Teunis Jans Draai, die echter alleen zoon Jan erkende.
Op WieWasWie vind je de geboorteakte van Kesina de Groot.


Opgesloten wegens zinneloosheid

Anna van de Endt, getrouwd met Leendert van Mannekes, een voorvader uit de familie Van der Lelij, vroeg de rechtbank van Rotterdam haar man op te sluiten. Ze was ten einde raad, want hij verkeerde al bijna vijf jaar ‘in een staat van maling en zinneloosheid’. In een bijbehorend verslag wordt beschreven wat er aan de hand was, tegenwoordig zou Van Mannekes waarschijnlijk worden gediagnosticeerd als manisch-depressief. Hij was reder in Maassluis en gedroeg zich zeer agressief tegenover medewerkers en zakenrelaties, gaf onzinnige orders en deed onverantwoorde aankopen. Zo gaf hij bijvoorbeeld een van zijn schippers opdracht om heel vroeg in de ochtend naar Rotterdam te vertrekken om daar scheepsvolk te zoeken zonder dat daar aanleiding voor was, kocht hij zomaar een schip vol IJslandse vis, voor zijn eigen genoegen, net als een schip vol haring en een huis. Als iemand het waagde hem tegen te spreken ontvlamde hij in onredelijke woede.
In 1818 kwam hij uiteindelijk in een tuchthuis terecht wegens krankzinnigheid.

Zelf aan de slag met uw familiegeschiedenis? Ga naar CBG|Centrum voor familiegeschiedenis




donderdag 21 januari 2016

Verborgen Verleden zaterdag 23 januari 2016 Teun van de Keuken


De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending wordt een aantal familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.


De vader van Teun van de Keuken was de bekende fotograaf en filmer Johan van der Keuken, geboren als Gerard Joan van de Keuken in 1938. (Hij voegde dus niet alleen een h maar ook een r toe aan zijn naam.) Jo(h)ans vader Gerrit Jan van de Keuken (1903-1947) was onderwijzer en later leraar Nederlands en Engels in Amsterdam. Tevens was hij de auteur van een taalmethode Engels die vóór de Tweede wereldoorlog veel werd gebruikt in het middelbaar onderwijs. Goed mogelijk dat hij de eerste in zijn familie was met een academische opleiding. Zijn vader, Teuns overgrootvader Bernardus, was werkzaam bij de spoorwegen, en verhuisde waarschijnlijk mede vanwege zijn werk naar het westen van het land. Betovergrootvader Jan van de Keuken (1824-1886) was geboren in het Ambt Almelo, had daar gewerkt als wever en dagloner, was er getrouwd en werd er begraven. Voor oudvader Abram van de Keuken (1783-1852) gold hetzelfde – hij staat geregistreerd als landbouwer.

zaterdag 16 januari 2016

Verborgen Verleden zaterdag 16 januari 2016 Loes Luca


De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending worden een of meerdere familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.










Loes’ vader, Luuk Luca, had een ‘hele grote duim’, zoals ze het zelf verwoordt, waar hij veel fantastische verhalen uit haalde. Zo zou hij de wereldzeeën hebben bevaren en talloos veel landen en havensteden bezocht. En tijdens de oorlog had hij in een ‘bleekneusjeskamp’ in Duitsland gezeten. Hij had allerlei verhalen over Russische soldaten, loopgraven, vuurpelotons waar hij getuige van was geweest. Ze nam ze met een pond zout, maar zou graag willen weten wat er echt waar van was.
Loes wordt ontvangen in Hotel New York in Rotterdam, waar ze de kaart te zien krijgt waarop haar vaders zeereizen staan genoteerd. Het is er welgeteld één, op het schip de Veendam, die een maand en negen dagen duurde. Hij was toen vier dagen in New York geweest en had daarna een korte stop in Barbados gemaakt. ‘Okee, daar heeft hij dus een paar voetstapjes liggen,’ constateert Loes met milde ironie.
Loes komt ook iets meer te weten over het Duitse ‘bleekneusjeskamp’. Als veertienjarige ging Luuk Luca mee met een georganiseerd kamp van de NVD – de Nederlandse Volksdienst. Dat was een zeer Duitsgezinde organisatie. Het werd door de schoolmeester aangeraden en zijn moeder was er sterk tegen gekant geweest vanwege de NSB-ouders die ze bij het station zag staan toen ze hem naar de trein bracht, maar hij ging toch. Hij kwam terecht in Tsjechoslowakije, midden in de chaos van de eindstrijd van de oorlog, waar hij lang niet altijd vriendelijke confrontaties met zowel Duitse, Amerikaanse als Russische soldaten moet hebben gehad.  
Loes: ‘Oma heeft eens gezegd: “Hij ging weg als een jongen en kwam terug als een man”.’
Grootvader Luca werd opgepakt tijdens een grote – de grootste – razzia in Rotterdam in 1944. Hij ging als dwangarbeider naar Duitsland en kwam daar om tijdens een bombardement in Erfurt. Loes staat op de plaats waar dat is gebeurd en zegt dat het haar op de een of andere manier geruststelt dat het een bombardement was, dat hij daar met anderen was, misschien net even naar de kroeg geweest, en niet zoals altijd werd gedacht dat hij in het kamp is gestorven aan ziekte en ontberingen.
Aan het einde van haar zoektocht is Loes tevreden met de antwoorden die ze op haar vragen heeft gekregen. Vooral dat ze meer zicht heeft gekregen op wat er wèl waar was van haar vaders verhalen.
‘Ik hoor hem nu zeggen: “zie je wel?”.’
En met haar blik een beetje schuin naar boven gericht zegt ze: ‘Ja, ik zie het.’

De familienaam Luca

Tegenwoordig is Luca een populaire voornaam die aan zowel jongens als meisjes wordt gegeven. Deze voornaam is afgeleid van het bijbelse Lucas, en zou vanuit Hongarije onze kant op zijn gekomen.
De voorvader van Loes Luca, wiens kinderen als eersten de familienaam Luca droegen, kwam echter uit een andere hoek van Europa.
Pierre Lucas was een Fransman. Hij werd in 1678 geboren in Quevilly, een dorpje bij (tegenwoordig een wijk van) Rouen. Als twintigjarige woonde hij in Utrecht, waar hij zich liet inschrijven als lidmaat van de Waalse kerk – nadat hij het roomskatholieke geloof had afgezworen. Dat was in 1698.
Na 1685, toen door het Edict van Nantes het protestante geloof in Frankrijk praktisch werd verboden, vluchtten veel protestanten – in Frankrijk hugenoten genaamd – naar Nederland.
Pierre Lucas kwam hier als katholiek, maar het is goed mogelijk dat hij vanwege de geloofsvervolgingen uit Frankrijk vluchtte en zich, eenmaal in veilig gebied, pas openlijk bekeerde.
Pierre Lucas’ zoon werd ingeschreven als Salomon Luca. Waarschijnlijk viel die S er bij het registreren vanzelf af, vanwege de Franse uitspraak van de naam Lucas, en daarna bleef het zo. Salomon noemde zijn zoon Pieter – naar zijn vader maar dan in het Nederlands. 
Voor meer informatie over familienamen kunt u terecht bij de familienamenbank

Fysieke verschijning

Uit de tijd dat er nog geen foto’s werden gemaakt en alleen de welgestelden zich een geschilderd portret konden veroorloven, hebben we maar zelden aanwijzingen van hoe iemand eruitzag. Een van de manieren om daar een glimp van op te vangen zijn de militieregisters, waarin soms een persoonsbeschrijving staat vermeld. Alle jongemannen moesten aan hun militieverplichtingen voldoen. De huwelijkse bijlagen bevatten  een ‘bewijs van voldoening aan de nationale militie’, waaruit blijkt of iemand al dan niet was ingeloot of vrijgesteld. Zo vonden we van Cornelis Burger (geboren in 1812), een voorvader in de lijn van Loes’ moeder, een aardige beschrijving van hoe hij er als jongeman moet hebben uitgezien. Zijn lengte was 1 el, 7 palm, 2 duim en 7 streep (omgerekend één meter 72). Zijn aangezicht was ovaal, hij had een hoog voorhoofd, blauwe ogen, een grote neus, een gewone mond, een spitse kin en een bruine haardos.

Geluk en ongeluk

Cornelis’ dochter Heiltje Burger (1835-1922) trouwde met Matthijs Haak (1830-1883).
Dit echtpaar zat het niet echt mee. Ze kregen tien kinderen, waarvan er maar vier volwassen zijn geworden. Zes kinderen overleden op zeer jonge leeftijd. Hun eerste zoon, Matthijs genaamd, werd geboren in 1855. Hij werd maar zeven jaar. Zes maanden na zijn overlijden werd er weer een jongetje geboren, dat ze opnieuw Matthijs doopten. Deze Matthijs werd een stukje ouder en kreeg meer van de wereld te zien; hij overleed op veertigjarige leeftijd op Bonaire.
Als jongen van twaalf stotterde Matthijs. Zijn ouders brachten hem naar een Rotterdamse specialist, Johan Eich. Dat was kennelijk een goed besluit geweest, want op 1 januari 1876 zette vader Matthijs een advertentie in de krant waarin hij dokter Eich bedankte voor zijn kundige hulp. ‘(…) mijn oprechten dank dat hij mijn Zoon Matthijs, 12 jaar oud, die in hooge mate stamelde, binnen twee maanden van dit gebrek genezen heeft’.
Of was het een reclametruc van dokter Joh. Eich en gaf hij een paar gratis consulten in ruil voor het mogen gebruiken van Haaks naam?
Matthijs Haak senior verdiende de kost als zeeloods. In december 1883 sloeg hij tijdens een storm overboord. Zijn weduwe Heiltje betreurde niet alleen haar man, haar jongere broer Adrianus kwam in dezelfde storm om het leven.

Zelf aan de slag met uw familiegeschiedenis? Ga naar CBG|Centrum voor familiegeschiedenis

















zaterdag 9 januari 2016

Verborgen Verleden zaterdag 9 januari 2016 Tom Egbers

De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending worden een of meerdere familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.










‘Wie ben ik?’ vraagt Tom Egbers zich hardop af aan het begin van zijn zoektocht met Verborgen Verleden. We zien hem de Brent Knoll beklimmen, een flinke heuvel in zuidwest Engeland, waar zijn moeder vandaan komt. Tom is er vaak geweest op familiebezoek. Na haar overlijden heeft hij samen met zijn broer en hun gezinnen haar as op die plek verstrooid. ‘Ik kom hier ook wel vandaan,’ zegt hij. ‘Dit ben ik ook.’ Een belangrijke vraag die hij heeft, is die over de familie van zijn moeder, Josephine Duffy. Zij heeft altijd gezegd dat haar familie van oorsprong Iers was. Hoe dat precies zat, wist ze niet. Grootvader Thomas Duffy, de man naar wie Tom is vernoemd, stierf jong. Op zijn graf staat een Iers katholiek kruis. Hij vocht in de Eerste Wereldoorlog en kwam naar verluidt terug als een ‘stille man’ die niet sprak over wat hij had meegemaakt. Wat heeft hij gezien, vraagt Tom zich af.
Als hij in The National Archives in Londen te horen krijgt dat zijn grootvader drie jaar op het slagveld in Noord-Frankrijk is geweest, niet in de loopgraven weliswaar, maar ‘close enough to be killed at any time’ is hij zichtbaar aangeslagen. ‘Hij heeft de hel in de ogen gezien,’ zegt hij. Ruim drie jaar van zijn korte leven.
Ook verder terug in de familie Duffy komt Tom nogal heftige gebeurtenissen tegen. Overgrootvader Matthew Duffy benam zich het leven op 42-jarige leeftijd. Diens vader Thomas had de oversteek van Ierland naar Liverpool gemaakt in 1840, als zovelen in die tijd op de vlucht voor de honger. De Great Famine, toen de aardappeloogsten mislukten en een miljoen Ieren het geluk en vooral het voedsel elders zocht. Als Tom voor het huis staat waar Matthew Duffy na zijn zelfmoord werd aangetroffen, is hij duidelijk geëmotioneerd. ‘Remember who you are, zei mijn grootmoeder altijd,’ memoreert hij – laat je emoties niet de overhand krijgen.
Na afloop terugkijkend op de zoektocht zegt Tom Egbers: ‘Het verrijkt mijn leven. Mijn moeder koesterde haar Ierse roots, en ik koester ze nu op mijn beurt en draag dit over op mijn kinderen.’


De familie Egbers

Woonplaatsen

Tom Egbers is geboren in Almelo. De familie Egbers is generaties lang aardig honkvast geweest. Jan Albert Egbers (die ook wel staat geregistreerd als Egberts, net als Douwe Egberts) werd in 1809 geboren in Holten, trouwde in 1836 in Holten met een Holtens meisje en overleed daar in 1883. Volgende generaties vestigden zich ook in Holten of binnen een straal van zo’n veertig kilometer rondom Holten. Ze woonden in Bathmen, Deventer, Gorssel, Heerde, Wierden en Almelo.

Beroepen

Toms voorvader Jan Albert Egbers (1809-1883) was ‘boerwerker’. Ook zijn zoon Hermannus Egbers (1842-1915) werkte als boer, maar in de volgende generaties veranderden de beroepen. Zo was Jan Albert Egbers (1874-1951), Toms overgrootvader, spoorwegarbeider. Toms grootvader was slager, Toms vader een zakenman en ondernemer met verschillende slagerijen.


De naam Egbers


Vanaf 1811 werden er in de burgerlijke stand vaste achternamen of familienamen genoteerd. Voor die tijd hadden mensen wel een achternaam of toenaam, maar die wisselde ook wel gedurende iemands leven. Zeker in Twente, de streek waar de voorouders van Tom Egbers vandaan komen. Kinderen uit hetzelfde gezin konden verschillende achternamen hebben.

De vader van Jan Albert Egber(t)s was de eerste die Egberts heette, maar in de bronnen vinden wij hem ook onder (tenminste) twee andere namen. Hij heette ook Brinks of Brinkes en ergens anders werd hij Vlikkers genoemd. Het had weinig gescheeld of Tom Egbers had een andere familienaam gehad.
Bij de geboorte van Jan Albert  Egberts in 1809 zien we de namen van zijn ouders staan. Het gaat om Hendrik Egberts en Harmina Garrits, met de aanduiding ‘aan Flikkers’.  Dat laatste betekent dat ze op de boerderij ‘Flikkers’ woonden. Die boerderij wordt ergens anders aangeduid als ‘het Vlikkert’. Het was in die tijd gebruikelijk om als achternaam of toenaam de naam van de boerderij waar men woonde te voeren. Vandaar dat we Hendrik Egberts ook in documenten zien aangeduid als Hendrik Vlikkers.
De boerderij oftewel caterstede (kleine boerderij; het woord keuterboer is hiervan afgeleid) werd in 1801 gekocht. In de koopakte zien we de derde naam van Hendrik Egberts alias Vlikkers, want daar heet hij Hendrik Brinkes. Ook een boerderijnaam, afgeleid van Brinkhúis, het huis waar Hendrik was opgegroeid.
Uiteindelijk is de familienaam van de nazaten van Hendrik Brinkes alias Vlikkers ook wel Egberts genaamd, Egbers geworden.



De naam Egbers is een patroniem. Dat wil zeggen dat hij is afgeleid van de naam van een vader: Egberts zoon heette Egberts wat later Egbers is geworden. Maar wie was de Egbert aan wie de naam ontleend werd? Dat was een voorvader in rechte lijn die op 7 mei 1741 werd gedoopt als Engbert.
Hij was de zoon van Hendrick Janzen Borne en Henders Hendriks, die woonden op de boerderij het Brinkhúis in Neerdorp bij Holten. Jan Albert, de zoon van Hendrik Brinkes / Vlikkers / Egberts werd de eerste echte Egbers.
Voor meer informatie over familienamen kunt u terecht bij de
familienamenbank

Een link naar Linker

Tijdens het onderzoek vonden we een familierelatie met een andere journalist. Sportverslaggever Tom Egbers en collega verslaggever Ron Linker zijn familie.
Toms grootmoeder van vaderskant, grootmoeder Egbers dus, was een zus van Rons grootvader. Grootmoeder Egbers heette Harmanna Gerritdina Therecia Linker. Ze werd geboren in Leek, een dorp ten zuidwesten van Groningen. Het paar trouwde in Uithuizen, in noordoost Groningen, maar vestigde zich daarna weer in Overijssel in de buurt van Holten.
Daarmee was Toms grootvader de eerste die zijn vrouw buiten Twente vond. Hij vestigde zich wel weer met haar in het gebied waar de familie al generaties lang woonde. Net als Toms vader die zijn bruid van overzee haalde.
Heeft u net als Tom Egbers voorouders in Holten waar u meer over zou willen weten, kijk dan eens bij oudheidkamer

Zelf aan de slag met uw familiegeschiedenis? Ga naar CBG|Centrum voor familiegeschiedenis
 





dinsdag 5 januari 2016

Verborgen Verleden zaterdag 9 januari 2016 Tom Egbers


De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending worden een of meerdere familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.

‘Wie ben ik?’ vraagt Tom Egbers zich hardop af aan het begin van zijn zoektocht met Verborgen Verleden. We zien hem de Brent Knoll beklimmen, een flinke heuvel in zuidwest Engeland, waar zijn moeder vandaan komt. Tom is er vaak geweest op familiebezoek. Na haar overlijden heeft hij samen met zijn broer en hun gezinnen haar as op die plek verstrooid.
‘Ik kom hier ook wel vandaan,’ zegt hij. ‘Dit ben ik ook.’
Een belangrijke vraag die hij heeft, is die over de familie van zijn moeder, Josephine Duffy. Zij heeft altijd gezegd dat haar familie van oorsprong Iers was. Hoe dat precies zat, wist ze niet.
Grootvader Thomas Duffy, de man naar wie Tom is vernoemd, stierf jong. Op zijn graf staat een Iers katholiek kruis. Hij vocht in de Eerste Wereldoorlog en kwam naar verluidt terug als een ‘stille man’ die niet sprak over wat hij had meegemaakt. Wat heeft hij gezien, vraagt Tom zich af. Als hij in The National Archives in Londen te horen krijgt dat zijn grootvader drie jaar op het slagveld in Noord-Frankrijk is geweest, niet in de loopgraven weliswaar, maar ‘close enough to be killed at any time’ is hij zichtbaar aangeslagen. ‘Hij heeft de hel in de ogen gezien,’ zegt hij. Ruim drie jaar van zijn korte leven.
Ook verder terug in de familie Duffy komt Tom nogal heftige gebeurtenissen tegen. Overgrootvader Matthew Duffy benam zich het leven op 42-jarige leeftijd. Diens vader Thomas had de oversteek van Ierland naar Liverpool gemaakt in 1840, als zovelen in die tijd op de vlucht voor de honger. De Great Famine, toen de aardappeloogsten mislukten en een miljoen Ieren het geluk en vooral het voedsel elders zocht. Als Tom in de straat staat, voor het huis waar Matthew Duffy na zijn zelfmoord werd aangetroffen, is hij duidelijk geëmotioneerd. ‘Remember who you are, zei mijn grootmoeder altijd,’ memoreert hij – laat je emoties niet de overhand krijgen.
Na afloop, terugkijkend op de zoektocht zegt Tom Egbers: ‘Het verrijkt mijn leven. Mijn moeder koesterde haar Ierse roots, en ik koester ze nu op mijn beurt en draag dit over op mijn kinderen.’

De familie Egbers

Woonplaatsen

Tom Egbers is geboren in Almelo. De familie Egbers is generaties lang aardig honkvast geweest. Jan Albert Egbers (die ook wel staat geregistreerd als Egberts, net als Douwe Egberts) werd in 1809 geboren in Holten, trouwde in 1836 in Holten met een Holtens meisje en overleed daar in 1883. Volgende generaties vestigden zich ook in Holten of binnen een straal van zo’n veertig kilometer rondom Holten. Ze woonden in Bathmen, Deventer, Gorssel, Heerde, Wierden en Almelo.


Beroepen

Jan Albert Egbers (1809-1883) was ‘boerwerker’. Ook zijn zoon Hermannus Egbers (1842-1915) werkte als boer, maar in de volgende generaties veranderden de beroepen. Zo was Jan Albert Egbers (1874-1951), Toms overgrootvader, spoorwegarbeider. Toms grootvader was slager, Toms vader ondernemer met verschillende slagerijen.


De naam Egbers

Vanaf 1811 werden er in de burgerlijke stand vaste achternamen of familienamen genoteerd. Voor die tijd hadden mensen wel een achternaam of toenaam, maar die wisselde ook wel gedurende iemands leven. Zeker in Twente, de streek waar de voorouders van Ton Egbers vandaan komen. Kinderen uit hetzelfde gezin konden verschillende achternamen hebben.
De vader van Jan Albert Egber(t)s was weliswaar de eerste die Egberts heette, in de bronnen vinden wij hem ook onder (tenminste) twee andere namen. Hij heette ook Brinks of Brinkes en ergens anders werd hij Vlikkers genoemd. Het had weinig gescheeld of Tom Egbers had een andere familienaam gehad. 


meer informatie over CBG|Centrum voor familiegeschiedenis vindt u hier